GEUZENGESCHIEDENIS

Herman Kugel zocht het uit (hjkugel@hotmail.com)

Veel van de mensen die zich later Geuzen noemden, woonden in de Zuidelijke Nederlanden, Vlaanderen dus. In steden, zoals Antwerpen, Gent, Brussel, Oudenaarde, Brugge enz. Met de volgelingen van Luther in Duitsland hadden ze veelvuldig contact, vooral door de handel. Onder deze volgelingen vormden zich weer groepen b.v. de Wederdopers. Soldaten van Karel V maakten in Munster op bloedige wijze een einde aan deze beweging. In Nederland waren veel aanhangers van een andere hervormer, Johannes Calvijn. Wilde Luther hervormingen binnen de Kerk, Calvijn bepleitte de stichting van zelfstandige Hervormde gemeenten, los van de Kerk Bij gebrek aan een eigen kerkgebouw werden ’s zomers godsdienstoefeningen gehouden in de open lucht, zogenaamde hagenpreken. ’s Winters kon dat niet vanwege de strenge vorst. Karel V was kerkhervorming en alles wat daarmee gepaard ging, een gruwel. Hij was een diep religieuze man en als keizer beschermer van de Kerk en het Geloof. Dus vaardigde hij wetten uit, plakkaten genoemd, waarbij in zijn rijk het belijden van een andere godsdienst dan de Katholieke, werd verboden. De aanhangers van de “nieuwe leer” woonden veelal in de steden en behoorden overwegend tot de ”middenstanders”. De plattelandsbevolking, de boeren, bleef trouw aan de kerk. Er waren een aantal misoogsten. Oorlog verhinderde invoer van graan. Overal heerste honger. Bekering tot de nieuwe leer was vaak letterlijk “ om den brode “.Ze worden vervolgd door de Inquisitie en veroordeeld door de Raad van Beroerten. De straffen voor de “ketters” waren zwaar: soms de dood, maar verbanning en onteigening van alle goederen was de meest opgelegde straf. Het beheer van de geconfisqueerde goederen was in handen van de Raad van Beroerten. Voor Karel V, die ontzettend veel geld nodig had voor zijn oorlogen, was dat een welkome bron van inkomsten. Het lot van de gedupeerden was werkelijk rampzalig. Hen onderdak verlenen was strafbaar. Hele gezinnen zwierven door de bossen en waren afhankelijk van de goedgeefsheid van de plattelandsbevolking. Veel ballingen vonden onderdak bij gelijkgezinden in het buitenland .
Als Philips in 1555 zijn vader opvolgt, worden de plakkaten nog verscherpt. In 1559 vertrekt Philips naar Spanje. Hij stelt in 1560 zijn halfzusje Margaretha, een bastaarddochter van Karel V, aan als voogdes. Ze staat onder curatele van de kardinaal Granvelle . In 1561 trekt Philips veel Spaanse soldaten terug uit Nederland om tegen de Turken te vechten. In 1564 veroordeelt Willem van Oranje in zijn Kerstrede de geloofsvervolgingen en pleit voor verdraagzaamheid jegens anders- denkenden. Granvelle wordt teruggeroepen. In 1565 komt een aantal leden van de lagere adel in verzet. Ze sluiten een Verbond, met als doel verzachting van de plakkaten.
5 april l566 bieden 400 edelen van het Verbond de landvoogdes Margaretha in Brussel een petitie aan. In dit “smeekschrift”wordt gevraagd om verzachting van de plakkaten. Margaretha weet niet hoeveel waarde ze aan dit verzoek moet hechten. Dit hangt ook af van de belangrijkheid van de aanbieders. Een van haar adviseurs heeft daar wel een mening over en zegt in het Frans heel denigrerend: ”Ce ne sont que gueux”, het zijn maar schooiers, bedelaars. Geen echte adel dus. Maar de aanbieders vonden geus een erenaam !
Op 23 augustus l566 sloot Margaretha met de hoge adel (onder leiding van Oranje) een Accoord: Roomse en Protestantse prediking werden beide toegestaan. Maar het was al te laat. Zodra geruchten de ronde deden dat de plakkaten verzacht zouden worden, drongen vandalen in veel Vlaamse steden en dorpen kerken binnen en vernielden de heiligenbeelden. Aanhangers van de “nieuwe leer” wilden geen beelden in de kerk ! Volgens Calvijn was de verering van heiligenbeelden afgoderij. In Noord-Nederland was de beeldenstorm aanzienlijk minder dan in het Zuiden. In Utrecht moesten de Domkerk en de Geertekerk er aan geloven. Lang niet overal werden de beeldenstormers bestraft. Wel in Antwerpen. Willem van Oranje was gouverneur van die stad. Drie beeldenstormers werden opgehangen. Rondzwervende bendes beeldenstormers werden buiten de stad gehouden. Maar op het Vlaamse platteland oefenden deze bendes soms een zodanige terreur uit dat de Roomse eredienst onmogelijk werd gemaakt. In Maart 1567 werd hieraan door Noircarmes een einde gemaakt.
Koning Philips voelt zich gedwongen maatregelen te nemen. Hij stuurt 60.000 man Spaanse elitetroepen uit Milaan naar Nederland. Alva krijgt de leiding en Margaretha treedt af. Dit alles voorspelt niet veel goeds en velen vluchten het land uit. Ook Willem van Oranje wacht niet op Alva. Hij gaat terug naar zijn ouderlijk huis in Duitsland, de Dillenburg. En dat was maar goed ook. Twee van zijn beste vrienden, de graven van Egmond en Hoorne, werden door Alva uitgenodigd voor een etentje. Na het eten werden ze gevangen genomen en later onthoofd. Veel vluchtelingen vestigden zich in het Duitse havenstadje Embden. Anderen vonden onderdak in Engeland. Ze waren meestal arm, hun bezittingen waren in beslag genomen. Hun belangrijkste bron van inkomsten werd de kaapvaart. Ze kregen van Willen van Oranje kapersbrieven op voorwaarde dat ze hem een gedeelte van de buit gaven. Oranje wilde soldaten huren om Nederland te bevrijden. Spaanse, maar ook regeringsgezinde Nederlandse schepen werden aangevallen. Ook maakten ze zgn. landgangen. Op de kusten van Nederland, België en de waddeneilanden werd in kerken, kloosters, pastorieën, e.d. ingebroken. Alles van waarde werd gestolen. Op het vaste land gebeurde al hetzelfde door zgn. bosgeuzen. Dat zich bij deze groepen vluchtelingen ook mensen aansloten, die om andere dan religieuze motieven voor het wettige gezag op de loop waren, ligt voor de hand.
Willem van Oranje wilde in de zomer van 1572 met een huurleger een inval doen in het Zuiden van de Nederlanden. Om te zorgen dat Alva daar dan zo weinig mogelijk troepen had, vroeg hij de watergeuzen aanvallen te doen op steden aan de Zuiderzee. In de winter had zich in de Engelse havens een behoorlijk grote geuzenvloot verzameld van 24 schepen. Eind maart had Koningin Elisabeth genoeg van de Geuzen en gaf ze bevel om uit te zeilen, de Noordzee op. Op 28 maart vielen ze nog een konvooi van Nederlandse schepen aan en veroverden 2 rijkbeladen koopvaarders. Door tegenwind konden ze de Zuiderzee niet bereiken en gingen ze voor anker bij Den Briel aan de monding van de Maas. Dat was 1 april 1572 omstreeks de middag. De veerman Koppelstock had met zijn boot net een aantal mensen naar de overkant van de Maas gebracht. Hij herkende de vlaggen van de schepen en wist dat die van de Geuzen waren. Koppelstock roeit er heen. Hij gaat aan boord bij kapitein Blois van Treslong, een stadgenoot, wiens broer was onthoofd. Blois geeft de veerman zijn zegelring mee. Die roeit naar de stad en vertelt het stadsbestuur dat de Geuzen de overgave van stad eisen. Het stadsstuur aarzelt. Veel inwoners pakken hun biezen en vertrekken. Dan landen Geuzen. Er was geen Spaans garnizoen meer en de Geuzen trekken Den Briel binnen. Admiraal Lumey (Willem van der Marck) wil de stad plunderen en dan weer vertrekken. Maar de Geuzen hebben een nieuwe thuishaven nodig aan de vaste wal. Blois vanTreslong, Van Swieten en Jacob Simonsz. de Rijk weten hem te overtuigen dat Den Briel te verdedigen is tegen de Spanjaarden en dat ze er moeten blijven. Lumey besluit de stad onder het gezag te stellen van Willem van Oranje. Voor Oranje was dit een volslagen verrassing. Maar andere steden doen hetzelfde: eerst Vlissingen en Enkhuizen. Dan Dordrecht en vele andere. In oktober 1572 keert de Prins terug in Nederland. Hij roept in Dordrecht een Statenvergadering bijeen en geeft de Geuzen opdracht stadsbesturen te helpen zich van het Spaanse juk te ontdoen. Na alles wat er in de voorgaande jaren is voorgevallen leidt dit uiteraard tot excessen. De geuzenkapitein Marinus Brand vermoordt in Gorcum enkele geestelijken en stuurt een andere groep naar Den Briel waar ze ondanks een verbod van Oranje om het leven worden gebracht. Alva wreekt zich: de zoon van Prins Willem, Philips Willem, die in Leuven studeert, wordt opgepakt en naar Spanje gedeporteerd. Opstandige steden werden door Alva en Noircarmes veroverd en uitgemoord. Bergen is het eerste aan de beurt. Daarna komen Mechelen, Zutphen en Naarden. Leiden sluit de poorten en besluit zich te verdedigen tot het uiterste. Haarlem wordt overmeesterd na een lange omsingeling in barre winterkou. De stad wordt door de getergde Spaanse soldaten zeer wreed gestraft. De volgende stad op Alva’s lijstje is Alkmaar.Toen Enkhuizen zich vóór de Prins had verklaard vroeg hij de geuzenkapitein Jacob Cabeliau de verdediging op zich te nemen. Cabeliau haalde ook Hoorn en Medemblik over zich aan de zijde van de Prins te scharen. Nu kreeg hij van de Prins opdracht samen met Nicolaaes Ruychaver Alkmaar te verdedigen. En hij had succes. Bij Alkmaar delven de Spanjaarden het onderspit. In Alkmaar begint de Victorie. Een bevrijding dankzij de Geuzen.