BLOIS VAN TRESLONG

Willem Blois van Treslong, geboren te Brielle in 1529, overleden in1594 te Leiderdorp.
Zijn vader was baljuw van Voorne.
Blois werd opgevoed aan het hof van Maximiliaan van BourgondiŽ. In 1556 ging hij naar zee. Hij deed dienst op de Spaanse vloot en streed tegen d Fransen en de Turken.
Hij ging met Karel de vijfde mee naar Spanje maar na zijn terugkeer sloot hij zich in 1562 aan bij het Verbond der Edelen.

In 1567 vluchtte hij naar Embden. In 1568 nam hij deel aan de slagen bij Heiligerlee en Jemmingen. Bij deze laatste slag raakte hij ernstig gewond. Op 26 oktober 1568 werd hij door Alva voor de Raad van Beroerten gedaagd. Hij werd bij verstek veroordeeld en verbannen. Dit was voor de autoriteiten in Embden aanleiding om Blois gevangen te nemen.

Hij wist echter te ontvluchten en voegde zich met zijn schip bij de watergeuzen.. Begin 1572 ging hij naar Dover en in maart voegde hij zich bij de vloot van Willem van der Marck.

( van der Marck kwam uit Lummen en werd daarom Lumey genoemd).

Het was met de zegelring van Blois dat Koppelstok het stadsbestuur van Brielle kon overtuigen dat het echt de geuzen waren die voor Den Briel voor anker lagen. Omdat Blois daar was geboren kenden ze het familiewapen. Blois had misschien wel de beste argumenten om Lumey te overtuigen dat de watergeuzen niet, zoals bij hen gebruikelijk, Den Briel moesten plunderen en dan zo gauw mogelijk weer vertrekken.

Zijn familie en kennissen woonden daar immers. Samen met een aantal anderen, waaronder Jacob Simonz de Rijk en Adriaan van Swieten, wist hij Lumey er van te overtuigen, dat ze in Den Briel moesten blijven. Nadat ze door de Koningin van Engeland de Engelse havens uitgezet waren, hadden ze dan weer een haven aan de vaste wal.

Toen dat inderdaad gebeurde wilde men Blois gouverneur van de stad maken, maar hij weigerde. Hij had gehoord dat Vlissingen zich een paar dagen na de val van den Briel ook voor de Prins had verklaard. Met drie schepen en 200 man zeilde hij naar Vlissingen

Vanuit Vlissingen probeerde hij Middelburg te veroveren, maar dat mislukte.

Hij ging hij terug naar Brielle. In 1573 werd hij door de Prins benoemd tot admiraal van Holland. In 1576 werd hij na de dood van Boisot ook nog admiraal van Zeeland.

Na de moord op Willem van Oranje in 1584 was hij zijn beschermheer kwijt. In 1585 beraamde hij in Middelburg een plan het door Spaanse troepen belegerde Antwerpen te ontzetten. De leden van de Admiraliteit voelden daar niets voor. Blois werd opgepakt en gevangen gezet. Op voorspraak van o.a. koningin Elisabeth van Engeland kwam hij weer vrij. In 1592 trad hij in dienst van Prins Maurits. In 1593 maakte koning Karel van Zweden hem generaal. Maar de rol van Blois was uitgespeeld. Hij trok zich terug in het kasteel van van Swieten aan de Hooge Rijndijk in Leiderdorp. Daar overleed hij in 1594.